|
Anne-Marie Blink
(1956)
Door het werken met de
zangstem en tevens te werken met het lichaam in een continue zoektocht
naar nieuwe elementen, kwam ik tot een andere benadering van de zingende
stem.
In mijn jeugd zong ik onophoudelijk. Mijn vader was daarin mijn grote
voorbeeld en naast hem, staand op een stoel, zongen we, samen, de
tenorpartij in het koor. Ik leerde van hem wat het is om met elkaar
geluid te maken en welk plezier en welke levensenergie zingen in zich
draagt. Eenmaal volwassen greep ik de kans aan om te gaan zingen op een
meer professioneel niveau.
Ik heb een
klassieke opleiding gevolgd aan het Conservatorium. Mijn leerlingen en
mijn koren lieten me echter altijd iets anders zien dan de regels en de
techniek van de zangstem, zoals ik die geleerd had. Ik ervoer dat
kinderen in de leeftijd van 13-15 jaar konden zingen met kracht als wel
met emotie. Wij, als volwassenen, zoeken ons hele leven naar deze
vrijheid in onze stem. Geen enkele techniek biedt de vaardigheid een
brug op te werpen tussen de emotie van het lichaam en de expressie van
de stem. Luisterend naar mijn leerlingen, maar ook luisterend naar Edith
Piaf, Argentijnse Tango's, Zigeunermuziek, Oost Europese Vrouwenkoren,
Indianenstemmen en Afrikaanse stemmen bracht me dichter en dichter bij
een idee van een fysieke vorm van zingen.
Geconfronteerd met een ziekte, waarin ik lange tijd mijn stem verloor,
bracht me uiteindelijk dichter bij een richting van werk. Ik voelde
mijn stem, gebroken, maar ik voelde ook dat mijn lichaam schreeuwde om
liederen, expressie en passie voor het leven. Ik begon weer te zingen,
met een andere stem, een andere klank en een ander lichaam. Op een
bepaalde manier was er geen verschil, maar tegelijkertijd was het
verschil zo groot. Ik was niet langer bezig een lied te zingen of een
geluid te maken, maar ik probeerde mezelf te openen in een behoefte aan
expressie. Ik kon voelen dat mijn lichaam leefde en ik kon voelen dat
dit de richting was van mijn zingende stem. In de Stichting Rondom
Stemwerk, waar ik 12 jaar werkte, kregen al deze ideeën richting door
kennis te maken met het Primitieve Stemwerk, de stem buiten zingen en
spreken om. Ik leerde veel en kreeg een enorme hoeveelheid ervaring op
verschillende gebieden. Ik begon in die periode met kinderen en
volwassenen te werken op individueel als wel in groepsverband en
langzaam begon mijn werk zich af te tekenen. Het werk beschouwt het
lichaam als het belangrijkste gereedschap.
Ons lichaam laat zijn emotie en zijn kracht zien en deze openheid
schijnt door in ons lied. Onze stem, ons zo unieke en eigen instrument,
spreekt over ons in woorden en klanken die we niet kennen, maar die
tegelijkertijd zo verbonden zijn met ons wezen, ons ‘zijn’.
In een workshop werken we aan en met onze zingende stem, die resoneert
in ons lichaam en zijn invloed uitoefent op ons lied. Het werk bestaat
voor een deel uit fysieke oefeningen en is voor een deel gebaseerd op
repertoire, merendeels uit de traditie van de Wereldmuziek. Door alleen
te werken, in groepjes en met de hele groep, scheppen we een ruimte waar
we onze eigen unieke klank en onze eigen unieke expressie kunnen vinden
en vormgeven.
|

|